Occam snijdt geen hout

Evert Jan de Groot

"Plurality should not be assumed without necessity" beweerde William of Occam al in de veertiende eeuw. Met andere woorden, houd je ontologie zo eenvoudig mogelijk. Dit methodologisch principe staat bekend als Occam's Razor.

Occam's principe werd ook al snel toegepast als epistemologisch gereedschap; een methode om onderscheid te kunnen maken tussen verschillende ontologieŽn, en meteen ook maar tussen theorieŽn. Deze moderne interpretatie is te begrijpen als: "van twee hypothesen die een bepaald fenomeen verklaren, verdient de meest eenvoudige de voorkeur."

Er kleven de nodige filosofische bezwaren aan het scheermes. Ten eerste hangt de complexiteit van een theorie in grote mate af van de taal waarin deze geformuleerd is. En een theorie accepteren (of niet) op basis van de gebruikte taal is op zijn minst onwaarschijnlijk. Ten tweede is het wel aardig om te stellen dat "de meest eenvoudige" te prefereren valt, bij het vergelijken van hypothesen, maar op basis van welke criteria zou dat dan moeten?

Er bestaat al de nodige – experimentele en theoretische – kritiek op het scheermes. Vooral op het gebied van Classificatie zijn de nodige kritische publicaties verschenen. Geoffrey I. Webb bijvoorbeeld ageert sterk tegen Occam's scheermes. In zijn recente artikel geeft hij een uitgebreide beschrijving van nieuwe evidentie tegen het scheermes. In dit artikel refereert hij ook aan enige evidentie die voor Occam spreekt.

Een probleem bij de discussie rond Occam's principe is de mogelijkheid het scheermes zo te construeren (middels het toevoegen van o.m. probabiliteit) dat vergelijking en beoordeling van de diverse scheermessen erg moeilijk wordt. Misschien iets voor Occam?

Literatuur: